Skip to main content
51. Sukkel
Ervaringen

Sukkel

Ik kom uit een warm nest. Mijn broer en ik zijn hecht, ongeacht onze verschillende levens. Er zit iets dat niet kapot kan. Met mijn ouders is dat net zo. Zij zijn de meest ruimhartige, gulle mensen die ik ken. In ons gezin is niets onbespreekbaar, er zijn geen taboes. Dat beschouw ik als het grootste goed. Het is een waarde die niet uit de lucht is komen vallen, er is altijd genoeg te bespreken geweest.

Schizofrenie loopt als een rode draad door het leven van mijn moeder. Zowel haar oma als haar moeder leden eraan en later ook haar broer. Ze had een moeilijke jeugd, niet in de laatste plaats omdat haar vader het gezin in de steek liet toen ze vier jaar was. Dit alles liet  nog vele jaren diepe sporen na in de toestand van mijn moeder. Ze cijferde zichzelf weg, was onzeker en weinig stabiel. Ze doorliep therapieën, zowel in een groep als individueel. Ze kende moeilijke perioden en dat was thuis voelbaar, zeker voor een jonge tiener als ik.

Die rode schizofreniedraad loopt ook door mijn leven. Ik had een vreemde oma en een vreemde oom, met wie we altijd rekening moesten houden. Vaak ging het over het al dan niet nemen van medicijnen en de gevolgen daarvan. Uiteindelijk zou oma zichzelf uithongeren en dood worden gevonden op het toilet. Mijn verloren opa zou eenzaam sterven en een kamer in Amsterdam achterlaten waar posters van het koningshuis en Ajax hingen, waar alles aan elkaar plakte met lijm of plakband en waar het stonk naar oude pis – mijn vader, broer en ik ontruimden de meest smerige kamer denkbaar.

Gelukkig gaat het met mijn oom nu redelijk goed. Hij belt mijn moeder dagelijks, hij vertelt dan bijvoorbeeld dat hij heeft gedoucht. Mij belt hij soms ook, om te vragen hoe het met mijn vriendin en de zwangerschap gaat – hij is erg attent. Op elke feestdag of verjaardag die we samen vieren zit hij aan tafel en neuriet, monotoon om de stemmen niet te horen. Dat is het beeld dat ik heb van de mens met schizofrenie: in zichzelf gekeerd, getergd door waanideeën en het voortdurende gekwetter van stemmen. Logisch dat mijn moeder bang was dat haar zoon net zo zou eindigen, het is immers erfelijk.

Thuis werd ons ingeprent dat als we een keer wiet rookten, de kans reëel was dat we net als onze oom werden. Een waarschuwing die indruk maakte. Mijn broer gebruikte geen drugs, terwijl al zijn vrienden dat wel deden. En ook ik hield afstand van blowen, ook al was dat voor mijn vrienden een dagelijks ritueel. De keer dat ik het toch probeerde was ik zo nerveus dat ik er paranoïde en angstig van werd. Ik besloot het nooit weer te doen.

Vanaf mijn achttiende jaar gingen mijn vrienden en ik steeds vaker uit in Amsterdam, naar dansfeesten. Daar kwam ik in aanraking met een andere drug, xtc. Na lang twijfelen en onderzoeken naar de (psychische) gevolgen ervan, besloot ik het te proberen. Gelukkig ging het goed. Ik had een onvergetelijke avond en gebruikte het sindsdien steeds vaker. Telkens nog een beetje angstig door de waarschuwing van mijn moeder, maar steeds minder voorzichtig. Voordat ik xtc probeerde had ik mijn moeder al eens verteld dat mijn vrienden pilletjes gebruikten in het weekend. Op een zondagochtend, bij thuiskomst na een lange nacht vroeg ze: ‘Zeg, ik weet dat je vrienden pillen gebruiken om wakker te blijven. Hoe doe jij dat eigenlijk?’ Ik schrok ervan, maar reageerde nauwelijks aarzelend: ‘Ik ook.’

Ze had de bui al zien hangen en liet me weten dat ze het heel erg dom vond. Ik was een sukkel dat ik het risico nam om net als haar broer de hele dag stemmen weg te neuriën. Helemaal omdat ik al zo’n in mezelf gekeerd, gevoelig type was.

Ze had gelijk, dat wist ik heus, maar ik was jong. Ik wilde graag filosofie studeren, had interesse in mijn eigen psyche, het leven; het was mijn zoektocht. Ik vond dat experimenteren met drugs daarbij hoorde. En dat heb ik in volgende jaren dan ook ruimschoots gedaan.

Gelukkig heb ik zelf geen psychose gehad in die jaren. Enkele jongens die ik ken wel. Die leken na zo’n episode nooit meer helemaal de oude te worden. Alsof ze hadden ervaren hoe het was aan de andere kant en ze er met één been in bleven staan. Ze verwerden tot wankele geesten, leek wel, immer nabij een volgend waanidee. Nu heb ik mezelf altijd als een randgeval beschouwd, alsof ik balanceerde op de rand van waanzin – in mijn studententijd dacht ik obsessief na over mezelf in relatie tot de wereld – maar zoals zij ben ik er nooit aan toe geweest.

Nu ik zelf bijna vader ben en over het ouderschap nadenk krijg ik meer begrip voor mijn moeders angsten en frustraties. Ik heb nergens spijt van, maar heb met terugwerkende kracht te doen met haar. Je zal maar zo’n vreselijk koppige zoon hebben die, alle waarschuwingen ten spijt, risico’s neemt waarvan hij de gevolgen niet voldoende overziet. Ik houd mijn hart vast de komende jaren.

Als kind houd je geen rekening met je ouders; je bent bezig jezelf te scheppen. Ouders weten niet wat voor jou belangrijk is, ze hebben andere belangen. Je mag dan misschien een radicaal ander leven leiden dan je ouders, hun belangen zijn niet ondergeschikt aan die van jou. Ze vinden het namelijk vooral belangrijk dat je gezond bent, in je botten en je kop. Dus als ze je een sukkel noemen ben je dat misschien ook wel.

Tips van Didier

  1. Luister naar adviezen en ervaringen van anderen.
  2. Ga je eigen pad, maar wees voorzichtig en weeg de risico’s.