Overslaan en naar de inhoud gaan
102. De boze wolf en het brave lammetje
Ervaringen

De boze wolf en het brave lammetje

Ik had een vader met schizofrenie, een moeder met psychoses en een stiefvader die (vanuit zijn jeugd in een pleeggezin), erg bepalend en op zichzelf gericht is. Dat maakt me dus naaste.

Vanuit die hoedanigheid merk ik dat ik het leven van alledag niet makkelijk vind. En dat met name in contact met andere mensen die een heftige emotie ervaren. Een emotie die mij nogal voor uitdagingen stelt is boosheid. Mensen zien dit niet aan mij, maar in mezelf raakt boosheid enkele triggers.

Zo was er een situatie waarin twee mensen enorme ruzie met elkaar hadden. Ze schreeuwden, zeiden lelijke dingen tegen elkaar. En leken mij te kiezen als onderwerp, kwamen zogezegd voor mij op, zonder dat ik erom had gevraagd. Ze sloegen uiteindelijk door in hun argumenten. Het gesprek ging inmiddels allang niet meer over mij, maar over alles wat hen dwars zat over elkaar. Ikzelf voelde me kleiner en kleiner worden. Ik werd niet alleen kleiner, maar zakte ook naar de achtergrond en langzaam voelde ik me onzichtbaar worden. En voelde me verantwoordelijk voor deze ruzie. Ik was immers het onderwerp. Het was alsof zij door mijn toedoen ruzie hadden. Dezelfde avond ervoer ik veel onrust, kwam moeilijk tot slapen, gedachten maalden maar door en wilden niet stoppen.

Als volwassene trek ik mij ruzies van andere volwassenen nog te veel aan vanwege mijn rol als naaste. Ik voel me te verantwoordelijk en voel emoties zoals ik ze vroeger voelde. Ze triggeren mij, waardoor ik reageer vanuit mijn ‘kind’ en me rot voel. Ik ga dan sussen, rechtzetten, uitleggen, terwijl die verantwoordelijkheid natuurlijk hoort bij de ruziemakers zelf. Ook in mijn privéleven nam ik vaak te veel verantwoordelijkheid. Ik probeerde op te lossen waar mijn man een steekje laat vallen. Ik loste op, legde uit, maakte excuses en fungeerde als tussenpersoon.

Nu niet meer, ik laat het hem zelf oplossen.

Als kind was ik altijd alert omdat ik me zorgen maakte om mijn moeder of broer. Ook werd ik regelmatig door mijn stiefvader aangewezen als verantwoordelijke voor verdriet of boosheid. Daarom maak ik me nog altijd te veel zorgen of er door mijn toedoen problemen ontstaan. Mijn vragen liggen op gebied van: Mag ik dan geen eigen mening hebben? Mag ik er niet zijn zoals ik ben? Ben ik teveel voor een ander? Mag ik zelf geen emotie ervaren? Moet ik mij altijd maar verantwoordelijk voelen voor wat de ander ermee doet?

Als kind was ik sociaal sterk, leuk aanwezig en kon makkelijk leren. Als opgroeiend meisje in een ingewikkeld gezinssysteem zei men dat ik het ‘goed deed’. Soms koos ik ervoor om heel bewust even niet het brave lammetje uit te hangen en niet de regels te volgen van de vele grote boze wolven in mijn omgeving. Ik speelde dan langer buiten omdat het knikkeren zo spannend was. Ik wist dat ik straf kreeg, maar dat vond ik niet erg. Ik koos daar bewust voor. Zo had ik al met al toch veel mooie momenten als kind. Thuis kon ik mijn verhaal niet kwijt. En elders ook niet goed. Want… we zijn zo gewend als hulpverlener of dokter of juf om na een signaal van een kind er dan maar met de ouders over te praten. Dit had echter voor mij altijd grote gevolgen. Fikse emotionele gevolgen en straf thuis. Met als resultaat dat ik niet meer tegen anderen praatte over thuis. Althans… ik woog mijn woorden heel zorgvuldig en voelde en koos heel bewust bij ik wie wel en bij wie ik niet mijn verhaal kwijt kon.

Waar ik me jarenlang voegde op allerlei manieren, zit ik nu soms in een vorm van boosheid en verzet hierin. Waar ik me verantwoordelijk voelde voor andermans doen en laten, wil ik dit nu niet meer. Terwijl ik merk dat als een ander iets niet begrijpt en/of niet kan handelen, ik dit maar beter kan accepteren en hierin mijn eigen vrijheid moet zoeken. Lastig hoor. Helaas voel ik me ook in zo’n situatie achteraf druk, want ik leg een deksel op mijn gedachten en gevoelens. Als ik in bed lig, komen ze er watervlug uit en kan ik er moeilijk van slapen. Het zijn de gedachten en gevoelens die ik overdag wegdruk. En die dan toch bekeken en gekend willen worden. Wanneer ik ze benoemd heb, aandacht gegeven heb, zijn ze over en is mijn hoofd weer rustig.

Een tussenvorm die ik jarenlang koos, was er een van alles maar noemen in gesprek met anderen. Dit kwam voort uit het niks mogen noemen in mijn jeugd. Inmiddels heb ik geleerd dat het soms beter is, om te berusten. Om niet alles te benoemen, om te respecteren dat een ander niet altijd alles wil of kan ontvangen. Dat dat oké is en ik hierin toch mijzelf kan zijn. Ik heb geleerd om minder direct te communiceren. Het is nog een uitdaging, het is me nog niet helemaal eigen. Maar het zal me vast lukken als ik maar veel oefen. Met minder reageren en niet alles benoemen maak ik het mezelf, maar ook mijn omgeving makkelijker. Uit de weerstand, in contact en dicht bij mezelf. Ik wil namelijk niet een boze wolf worden.

Tips van Daisy

  1. Volg je innerlijke stem. Vertrouw op je gevoel en handel ernaar.
  2. Weet dat je niet alleen bent, zoek lotgenoten.
  3. Sta open voor contact en geluk met jouw omgeving. Kijk verder dan jouw dierbaren, zoek andere mensen op zonder belastend verleden. En voel daarmee ook de lichtere dingen in het leven.
  4. Blijf in gesprek met jouw dierbaren en geef grenzen aan. Respecteer jouw grenzen en uit ze naar anderen!