Skip to main content
Zorgenvoormezelf
Ervaringen

Zorgen voor mezelf

Zorgen voor anderen zit in mijn bloed, dat doe ik als vanzelfsprekend en gaat me makkelijk af. Ik sta positief in het leven en kan veel aan. Toch ben ik ongemerkt te ver gegaan. 

Mijn jongste broer heeft al jaren psychiatrische problemen. Er zijn vele diagnoses gesteld, weer afgevallen en bijgesteld. Hulpverleners zijn gekomen en gegaan. 
Als kind had ik een goede band met mijn broer. Inmiddels is er veel verloren gegaan. Niet alleen in ons onderlinge contact, ook in zijn mogelijkheden om zijn leven een goede invulling te geven. 
Na zijn eerste gedwongen opname toen hij 18 was, heb ik altijd het gevoel gehad dat het nog eens helemaal mis zou lopen. En dat is vorig jaar (rond zijn 30e verjaardag) gebeurd, toen hij in korte tijd ontzettend is afgegleden. Hij ging harddrugs gebruiken en verwaarloosde zijn huis en zichzelf. Hij was soms enorm opgefokt, dan weer suf, angstig of verward en op andere momenten best helder. Dan beweerde hij dat onze zorgen nergens voor nodig waren. 

Mijn ouders en een al jaren betrokken begeleidster, deden wat ze konden om de teloorgang van mijn broer te keren. Desondanks ging het alleen maar bergafwaarts. 
Ik ondersteunde mijn ouders waar mogelijk en probeerde op allerlei manieren het contact met mijn broer te onderhouden en hem te bewegen de zo noodzakelijke hulp en begeleiding te accepteren. Mijn ouders hadden er al maanden vol chaos en zorgen om mijn broer, die dagelijks bij hen op de stoep stond, op zitten, toen de psychiater het bemoeizorgteam inschakelde. 
Tegelijkertijd zag ik hoe de situatie van mijn broer alleen maar verslechterde: de woningbouwvereniging en politie raakten betrokken en bemoeizorg slaagde er niet in contact met mijn broer te krijgen.
Ook zag ik de impact die dit alles op mijn ouders had. In deze situatie bleef er niet veel over van mijn gevoel dat ik positief in het leven sta, veel aan kan en dat het zorgen voor anderen mij zo makkelijk afgaat. De hele situatie gaf mij een enorme onmacht, intens verdriet en een soort rouw over dat het leven ook zo kan gaan. Wat vond ik het moeilijk om deze gevoelens te delen met anderen, want ik was toch diegene die zo positief in het leven staat en zo veel aan kan? Anderen zitten toch niet te wachten op mijn trieste verhalen? Ik ben toch niet degene die hulp nodig heeft?

Uiteindelijk heb ik de stap durven zetten om een coach te zoeken. Daardoor ging er een wereld voor mij open. Want met het zorgen voor anderen bleek het zorgen voor mezelf er flink bij ingeschoten. 
Ik heb nu geleerd om ruimte te geven aan mijn eigen emoties. Mijn verdriet en angst mogen er zijn. Ik probeer het idee los te laten dat ik altijd de steun en toeverlaat voor anderen moet zijn. 
Juist de ervaringsdeskundigheid van mijn coach heb ik als een meerwaarde ervaren. Dat maakte het gemakkelijk om in gesprek te komen, oprecht en gelijkwaardig. Tijdens onze sessies zei ze vaak: ‘dat is precies waar het omgaat’ en dat klopte dan ook. Geen boekenwijsheid of theorie.
Het blijft een hele zoektocht en vaak genoeg nog heel ingewikkeld, maar ik weet nu dat goed zorgen voor mezelf echt een voorwaarde is om iets te kunnen betekenen voor een ander.

En mijn broer? Na heel veel weerstand en ellende heeft hij zich uiteindelijk vrijwillig laten opnemen en inmiddels is hij stap voor stap op weg zijn leven weer vorm te geven. Mijn broer heeft zich altijd verzet tegen de psychiatrie en behandeling en hulp afgewezen. Dat begrijp ik, want zijn en onze ervaringen zijn niet altijd positief geweest. Bovendien: wie wil er nou psychiatrisch patiënt zijn? 

Zelf heb ik met vallen en opstaan meer rust en acceptatie gevonden in het feit dat hij psychiatrisch patiënt is en naar alle waarschijnlijkheid zijn hele leven zal blijven. Niemand kan mij vertellen hoe zijn leven verder loopt. Mijn verdriet om alles wat er is gebeurd en mijn angst voor een volgende terugval zijn er nog steeds, maar ik voel ook weer ruimte om invulling te geven aan wat ik wel voor hem kan betekenen.

Tips van Roos

  1. Ik heb geleerd mild te zijn voor mezelf, voor mijn broer en voor zijn hulpverleners. En vertrouwen te houden. Niet alle problemen zijn (helemaal) oplosbaar.
  2. Ik ren mezelf niet meer voorbij. Ik zoek manieren waarop ik mijn gevoelens kan uiten. Ook houd ik mijn eigen behoeftes goed in de gaten.
  3. Het contact met lotgenoten maakt dat ik mij minder alleen voel. Ik herken zoveel en krijg erkenning. 
  4. Als het minder goed met mij gaat durf ik hulp en steun voor mijzelf te zoeken en te organiseren. Bij mij sluit coaching en ervaringsdeskundigheid beter aan dan hulp van de huisarts, maar dat kan voor iedereen anders zijn.