Overslaan en naar de inhoud gaan

Primaire tabs

We doen het samen als broers en zussen
Ervaringen

We doen het samen, als broers en zussen

Ik kom uit Afghanistan. Op mijn 12e (ik ben nu 34) ben ik samen met mijn moeder, mijn zusje en drie broers naar Nederland gevlucht vanwege de Taliban. Mijn vader kon niet mee. Hij is naar Rusland gevlucht en heeft daar uiteindelijk een nieuw leven opgebouwd. Dit verhaal gaat over mijn jongste broer Amin, nu 26 jaar. Hij was een vrolijk en verwend jongetje van 4, onze ‘Benjamin’, toen wij moesten vluchten vanuit een fijn leven in Afghanistan. Uiteindelijk is het met hem helemaal misgegaan. Hij is nu zwaar psychotisch en weigert hulp. Ik vertel graag mijn verhaal in de hoop dat anderen, vooral mensen met een migratie achtergrond, hier iets aan hebben.

Wij zijn als gezin goed opgevangen in Nederland. We kregen een huis, gingen naar school en mijn oudste broer hielp mijn moeder met alles. Amin had van ons allemaal de meeste moeite met zijn draai vinden. Hij was vaak angstig, misschien als reactie op onze traumatische vlucht. Wilde in het AZC niet graag naar school en hij miste duidelijk zijn vader. Toen Amin op de bassischool kwam in onze nieuwe woonplaats en hij op voetbal ging, werd hij weer meer zichzelf.  

In 2005, ik was toen 18, werd mijn moeder ernstig ziek. Het bleek een hersentumor. Binnen een paar maanden overleed ze. We stonden er nu met zijn vijven alleen voor. Mijn vader liet ons helaas aan ons lot over. Tot die tijd had ik best een normaal puberleven geleid maar nu moest ik samen met mijn broer alle zorg en verantwoordelijkheid op me nemen voor onze jongere zus en twee broertjes. Dat lukte drie jaar lang goed, ondanks ons grote verdriet. We spraken zelden over mijn moeder en hadden geen idee hoe om te gaan met rouw.

Met Amin ging het helaas steeds minder goed. Hij zat op de middelbare school, maar spijbelde vaak, zakte terug van vwo naar havo en bleef zitten. Hij ging zelfs zomaar opeens naar Engeland, als jongen van 14. Hij maakte veel ruzie met mijn andere broertje. Mijn oudste broer was inmiddels getrouwd en het huis uit. Ik stond er- vijf jaar na het overlijden van mijn moeder-alleen voor. Het was heel zwaar allemaal.

Uiteindelijk maakte Amin de havo toch af en begon hij met een hbo-opleiding in Amsterdam. Maar hij kon de drukte en alle prikkels van de stad en school niet aan stopte al snel. Een verhuizing naar Den Haag volgde, eerst voor een baan, toen begon hij daar weer aan een studie maar stopte al snel weer. Er volgden nog vele verhuizingen en in -en uitschrijvingen voor studies. Hij vertelde mijn zusje over zijn angsten. Zij had daar ook last van en dat schiep een band. Mij wilde hij helemaal niet meer spreken. Naast zijn angsten kreeg hij ook verslavingen. Hij gokte veel, keek veel naar porno en bezocht prostituees. Ons vroeg hij geregeld om geld maar hulp en sociaal contact weigerde hij.

Toen ik toch besloot hem op te zoeken trof ik hem en zijn huis zwaar verwaarloosd aan. Ik schrok me kapot. Achteraf had hij toen al psychoses. Hij stemde er mee in weer bij ons te komen wonen. Dat is nu drie jaar geleden. Mijn man woonde inmiddels ook bij ons. Een zware tijd volgde. Hij had heel veel psychoses, dat weet ik omdat ik er veel over opzocht om zijn gedrag te begrijpen. Zelf dacht hij dat hij autisme had maar hij weigerde nog steeds elke vorm van hulp. Zijn gedrag werd echter steeds gekker en gevaarlijker. Hij dreigde mijn zusje in brand te steken met een wierrook-brandertje omdat hij dacht dat zij hem daarmee iets wilde aandoen. Voor een dwangopname was hij ‘niet slecht genoeg’ dus we konden verder niets.

Onze redding was het contact met twee familie-coaches (van Ypsilon). Een ggz-hulpverlener die door Amin de deur was gewezen wees ons op hun bestaan. Zij steunden ons vanaf dat moment met alles: ze vertelden ons alles over psychoses en de andere extreme gedragingen die Amin vertoonde, hielpen ons met hoe we als naasten het beste met hem en zijn psychoses om konden gaan, hoe ik – als zijn ‘kop-van-jut- mijn grenzen kon aangeven, echt met alles. Zij maakten een einde aan ons peilloze gevoel van machteloosheid en eenzaamheid. Zonder hen hadden wij het niet gered.

We zijn nu drie jaar verder en de situatie wordt steeds grimmiger. Amin woont dan hier, dan daar, is soms een tijdje dakloos. Of hij zit opeens in het buitenland. Hulp weigert hij en hij meldt zich alleen als hij geld nodig heeft. Dit doet hij vooral bij mijn zusje omdat zij het meest ontvankelijk voor hem is. Dat drukt zwaar op haar maar we hebben geleerd van onze familie-coaches dat we op één lijn moeten blijven als naasten. Dus ik en mijn broer moeten dan weer op haar inpraten om niet overstag te gaan. Een tijdje terug heeft Amin mijn jongere broer geslagen én mijn zusje aangevallen – inmiddels zwanger en samenwonend met haar man-, toen zij hem tóch in huis opnam. De politie kwam erbij maar liet hem weer vrij.

Wij hebben nu als naasten besloten hem alleen nog in huis te nemen bij één van ons als hij zich laat behandelen. Hij is te gevaarlijk geworden. We proberen via de rechter gedwongen hulp voor elkaar te krijgen want we willen hem zo graag helpen. Maar zonder rechterlijke dwang staan we machteloos.

Het is een intens verdrietige situatie, die waarschijnlijk zijn basis heeft in onze vlucht en de toch wel extreme situatie waarin wij hier in Nederland terecht zijn gekomen, als vijf kinderen die het al snel samen moesten redden zonder ouders. Doordat we Afghaans zijn hebben we ook relatief laat hulp gezocht. Deels omdat we de weg niet kenden in dit voor ons onbekende land en geen kennis hadden over psychische klachten, deels omdat wij vanuit onze cultuur gewend zijn om samen alles op te lossen. En daarbij niet te veel over lastige dingen te praten.

Gelukkig blijf ik ondanks alles overeind. Door de hulp die we krijgen, de onderlinge betrokkenheid en samenwerking met mijn andere broer en zus en doordat ik met mezelf en mijn gevoelens aan de slag ben gegaan. Ook om zo goed mogelijk met de situatie van Amin om te gaan. Dat heeft me uiteindelijk sterker gemaakt en daar heb ik op alle fronten van het leven profijt van.

Tips van Laila

  1. Zoek hulp! Voor ons was dat familie coaching.
  2. Werk samen als familie en in samenwerking met hulporganisaties.
  3. Ga op zoek, naar antwoorden om je gevoel een plek te geven. Mij heeft het enorm geholpen om mezelf te begrijpen en accepteren. Ik doe nu alleen datgene wat binnen mijn vermogen ligt en laat me minder leiden door emoties of schuldgevoelens leiden. Dat voelt rustig.
  4. Blijf weg van het gevoel slachtoffer te zijn, ook al word je soms in die positie gebracht. Het voedt alleen maar een gevoel van machteloosheid en boosheid.

 

Post review

(5) lezers vinden dit behulpzaam.

Helpt deze informatie jou?

loader

Reacties

Jules

Heel fijn dat dit verhaal over mensen die gevlucht zijn gaat en om te zien dat je dan ook hulp kunt vinden.