Skip to main content
hut
Ervaringen

Als mijn zoon wegliep, gingen bij ons de alarmbellen

Mijn zoon was altijd al een aparte figuur. Hij leefde in zijn eigen wereld. Maar dat hij in de psychiatrie terechtkwam, was toch een schok. Hij lijdt aan schizofrenie en is meerdere keren gedwongen opgenomen. Daar tussendoor woonde hij in een huis in het dorp of in een hut in het bos. Het is een natuurmens. En iemand die zorg uit de weg gaat. Dus liep hij telkens weer weg uit de instelling. Maar daar werden wij als ouders niet van op de hoogte gebracht.

De instelling gaf ons geen informatie, omdat mijn zoon dat niet wilde. Ze verschuilden zich achter het privacy-protocol. We wisten dus niet waar hij uithing. Soms moesten we van mensen in het dorp horen dat ze hem ergens hadden zien lopen. Dan gingen bij ons meteen de alarmbellen. Mijn zoon kan agressief zijn, vooral tegen vrouwen, en we waren bang dat hij zijn moeder iets zou aandoen. Hij had ook suïcidale gedachten. Ik heb ooit een dik touw van hem afgepakt en veilig verborgen, maar dat bleek ineens weg te zijn. Dan denk je toch het ergste?

Toen ik hem vorig jaar een Sinterklaascadeautje bracht, trof ik hem verwaarloosd aan. Het huis was volledig gesloopt: hij had alle stroomdraden doorgeknipt en een open haard gebouwd om warm te blijven. Het was feitelijk onbewoonbaar. Hij lag nog in bed en vroeg of ik even bij hem wilde blijven. Het plafond zat vol met spinnenwebben. Je hebt bezoek, zei ik, het is nog gezellig hier op die manier. Ja, zei hij, als ik alleen ben, en dat ben ik vaak, dan heb ik gezelschap aan die spinnetjes. Niet veel later werd de huur opgezegd en heeft hij zich vrijwillig laten opnemen.

In de instelling liep ik voor de zoveelste keer tegen het privacy-protocol aan: we moesten als ouders bij de deur blijven staan, weggezet als oud vuil. Voor mij was de maat vol. Ik heb aangeklopt bij de familievertrouwenspersoon en die hielp me om een brief aan de raad van bestuur te schrijven. Ik wilde de instelling duidelijk maken dat we ons als ouders niet gehoord voelen en dat het een enorme angst bij ons teweegbrengt als we niet weten waar onze zoon is. Er volgde een gesprek, waarin écht naar ons is geluisterd. En er zijn afspraken gemaakt: we krijgen nu in elk geval de minimale informatie die we nodig hebben om verder te kunnen.

Tips

  1. Maak afspraken met de instelling
  2. Zoek contact met een familievertrouwenspersoon. Die kan je de weg wijzen, helpen om de dingen in perspectief te zien en overeind te blijven.

Dit verhaal is afkomstig van de familievertrouwenspersonen: www.lsfvp.nl/voor-familie