Overslaan en naar de inhoud gaan
94 Mijn zoektocht
Ervaringen

Mijn zoektocht

Op mijn 17e zit ik al een half jaar met de vraag in mijn hoofd: wat is het effect van de depressie van mijn moeder op mij? Mijn zoektocht naar het antwoord is nu, in mijn 22e levensjaar, nog steeds gaande.

Ik kan mij niet meer goed herinneren op welk moment ik merkte dat mijn moeder depressief was. En ook niet hoe mijn ouders dit aan mij en mijn broertje en zusje vertelden. Ik heb het hun gevraagd, maar zij wisten het ook niet meer precies.

Mijn eerste echte herinnering aan de depressie van mijn moeder, is toen ik op mijn 12e op school werd gebeld door mijn vader. Hij zei dat het slecht ging met mama en dat ze opgenomen moest worden in het ziekenhuis. Dat maakte grote indruk op mij. Ik weet ook nog dat ik bij een vriendin heb gelogeerd, omdat mijn vader bij mijn moeder in het ziekenhuis was. Dat vond ik helemaal niet erg, zelfs wel gezellig. Ik vind het moeilijk om te bedenken wat voor gedrag mijn moeder in haar depressie vertoonde. Zij woonde op een gegeven moment niet meer thuis, dus ik zag haar niet veel. Een keer heb ik bij haar gelogeerd in het huisje waar ze toen woonde, we keken een film.
Toen mijn moeder even opgenomen was in het ziekenhuis weet ik nog dat zij heel zwak was, zelfs te zwak om te lopen. Mijn vader, broertje, zusje en ik gingen met haar wandelen in een rolstoel. Verder weet ik dat mijn moeder sinds ze een depressie kreeg nooit meer heeft uitgeslapen. Ze stond elke dag heel vroeg op en dat doet ze nu nog. Terwijl ze daarvoor wel eens uitsliep. Ook herinner ik me dat mijn moeder niet veel at, ze was heel mager. En ze lachte niet veel en maakte geen grapjes meer.

Ik herinner mij niet meer hoe ik mij tijdens haar depressie voelde. Ik ging net naar de brugklas, een hele grote overgang voor mij. Ik was misschien wel meer daar mee bezig. Ik weet nog wel dat we met Pasen naar mama’s huisje gingen, daar hebben we buiten gegeten. Ik ging het eigenlijk ‘normaal’ vinden dat mama ergens anders woonde. De situatie werd gewoon. Ik heb geen idee of mijn gedrag veranderde. Wat ik van mijn ouders hoorde is dat ik laat begon met puberen, pas toen mijn moeder niet meer depressief was. Dat kan ik mij wel herinneren, ik heb mij in die periode nooit heel boos, opstandig of ‘puberaal’ gevoeld. Volgens mij heb ik het puberen een beetje overgeslagen.

De band tussen mij en mijn moeder is eigenlijk alleen maar sterker geworden en is niet negatief beïnvloed door haar depressie. Mijn moeder en ik deelden voor haar depressie veel met elkaar en dat is nog steeds zo. Mijn moeder heeft na de depressie heel vaak gezegd dat we open over onze gevoelens moeten praten. Zij weet hoe belangrijk het is dat je je gevoelens uit, wanneer je ze wegstopt kan je daar later de gevolgen van ervaren. Mijn ouders letten erg op ons en vooral mijn moeder vraagt vaak of het goed gaat en of er iets is. Ik ben blij dat mijn ouders ons dat hebben geleerd.

Ik heb mij nooit schuldig gevoeld over het feit dat mijn moeder depressief is, ik weet gewoon dat het niet mijn schuld is. Wel ben ik zorgzaam ingesteld en wil ik graag dat het goed gaat met iedereen. Ik denk dat ik dat tijdens de depressie sterker heb ontwikkeld. Ik heb de ouderrol niet overgenomen van mijn moeder. Bij ons thuis werd goed uitgelegd wat er met mama aan de hand was.

Toen ik 17 was vond ik het ontzettend moeilijk om de effecten van de depressie van mijn moeder op mij te benoemen. In die tijd schreef ik dat ik niet puberde, dat ik geen moederfiguur had met wie ik dingen kon delen. Ik ben zorgzamer geworden en ik ben bang om zelf depressief te worden.

Ik heb met mijn ouders gesproken over die periode. Zij beamen bovenstaande effecten op mij. Volgens mijn moeder kenmerkt de puberteit zich door het afzetten tegen de ouders. Maar doordat zij depressief was en niet in staat om met die puberteitsfase om te gaan, heb ik die fase onbewust opgeschoven naar een paar jaar later. Mijn moeder zegt dat ik tijdens de depressie heb leren aanvoelen wat een ander nodig heeft, dat mijn empathisch vermogen daardoor is vergroot.

Dat is lastig vast te stellen, omdat je nooit weet hoe ik mij onder andere omstandigheden ontwikkeld zou hebben. Volgens mijn moeder ben ik van nature al sensitief. Mijn vader zegt dat ik de neiging heb om meer aan anderen dan aan mijzelf te denken. Ik beschikte al over die eigenschap, maar hij zegt dat de moeilijke periode dit wellicht heeft versterkt.

Nu ben ik 22 en vind ik het nog steeds lastig om concreet de effecten te benoemen. Ik studeer Social Work en daar kreeg ik de lessen narratief werken. Hierdoor ben ik op een andere manier gaan kijken naar mijn eigen achtergrond. In de periode dat mijn moeder depressief was en ook daarna, heb ik weinig stilgestaan bij mijn eigen gedachten en gevoelens. Ik heb gemerkt dat ik deze goed weg kan stoppen. Hierdoor sta ik niet stil bij de effecten van bepaalde gebeurtenissen of situaties. Deze coping strategie gebruik ik nog steeds in mijn leven. Door de lessen tijdens mijn opleiding en gesprekken met dierbare mensen, ben ik mij hiervan bewust geworden. Ik probeer nu dichter bij mijn gedachten en gevoelens te komen.

Het is en blijft een interessante en leerzame zoektocht.
 

Tips van Eline

  1. Praat met je kinderen: na de depressie hebben we soms op zondagavond een ‘psychologisch’ gesprek gehad. Dan gingen we praten over hoe onze week was geweest en wat voor cijfer we aan die week wilden geven. Een andere keer moesten we een goede karaktereigenschap van iedereen uit het gezin benoemen. Op deze manier wilden mijn ouders denk ik bereiken om opener met elkaar in gesprek te gaan.
  2. Kijk naar wat elk kind aankan: ik weet dat mijn ouders de ernst van de depressie niet aan ieder kind even uitgebreid hebben uitgelegd. Mijn broertje en zusje wisten minder details dan ik omdat zij jonger waren.
  3. Wees je bewust van jouw gedrag als ouder. Jouw gedrag kan een enorme invloed hebben op een kind. Bijvoorbeeld als het kind ziet dat je moeder de hele dag op de bank of in bed ligt (gelukkig was dit bij mij niet zo).