Overslaan en naar de inhoud gaan
In onze relatie leven we bij de dag
Ervaringen

In onze relatie leven we bij de dag

Harm en ik zijn 18 jaar getrouwd. Toen ik Harm leerde kennen wist ik dat hij manisch depressief was. Nu heet het dat hij aan bipolaire stoornissen met psychosen lijdt. Ik stond voor de keuze: stop ik met onze relatie of gaan we samen verder? Ik heb voor dat laatste gekozen. Nu, 18 jaar later, kijk ik terug op een periode van samen lachen en samen huilen. We kunnen samen veel lachen en lol maken. Onbegrip en reacties van anderen op ons gedrag werkt dan weer op onze lachspieren. Maar als ‘partner van’ leef ik altijd met alarmbelletjes in mijn hoofd.  Niet te ver vooruitkijken.  ‘Hoe gaat het vandaag’ is ver genoeg. In onze relatie leven we bij de dag. We proberen de slechte dagen te accepteren en we genieten van wat alle goede dagen ons brengen. „Met wat je nu weet, zou je dan met Harm zijn getrouwd?” vroeg een neef onlangs. Daar moest ik over nadenken voordat ik ja zei. De conclusie van mijn neef was even simpel als verassend. „Dan hou je van uitdagingen.”

Toen Harm nog thuis woonde kenden we periodes van opname waarbij manie overging in psychose. Als Harm na zo’n periode weer thuis was, spraken we altijd over zijn psychose. Over wat hij toen beleefde en over mijn beleving ervan. Maar ondanks de zwaarte van zo’n periode zijn manische perioden soms handig om doelen te bereiken die anders onbereikbaar zijn. Zo wilde ik al langer graag een hond en níet alleen voor mezelf. Helaas kwamen honden er bij Harm niet in. Tot ik hem in een van zijn manische periodes een foto van een schattige puppy liet zien. Harm stond toen direct open voor mijn argumenten dat een hond fijn gezelschap zou zijn als ik naar mijn werk was. Ook zou een hondje hem meer structuur bieden. Zo kwam Droppie in ons leven en Harm was dolblij met hem. Harm woont inmiddels al 4 jaar niet meer thuis maar vindt het helemaal geweldig als Droppie en ik op bezoek komen.


Toen het moment daar was dat wonen in een beschermde leefomgeving voor Harm en mij het beste was, had ik daar wel moeite mee. Ik voelde me schuldig. Ik had de zorg toch moeten volhouden? Aan de ene kant voelde het als falen, aan de andere kant als een opluchting: ik hoef het niet meer alleen te doen. Zonder de dagelijkse zorg kreeg ik weer ruimte om nieuwe dingen te ontdekken. Bijvoorbeeld dat het belangrijk is dat het goed gaat met mij, omdat ik dan voor Harm het meeste kan betekenen. Hoewel het steeds minder goed lukt, probeer ik Harm bij zo veel mogelijk beslissingen te betrekken. Maar ik heb ook geleerd te accepteren dat het soms goed is als ik voor hem besluiten neem.

Harm en ik genieten van onze momenten samen. Hij is een tevreden mens en is blij is met de kleine leuke dingen die het leven hem biedt. Onlangs vroeg ik hem wat hij graag zou willen: samen ergens naartoe, uit eten, iets anders? Zijn antwoord ontroerde me: hij wilde graag 2 nachtjes thuis slapen en bij McDonald’s gaan eten. Meer wensen had hij niet. Soms zou ik willen dat ik met zo weinig tevreden kon zijn.

Tips van Nelly

  1. Blijf bewust genieten van de kleine dingen die je samen doet en deelt.
  2. Zorg als eerst goed voor je zelf, geef aan als het je teveel wordt en waar je behoefte aan hebt.
  3. Blijf de humor van de dingen inzien.