Overslaan en naar de inhoud gaan

Primaire tabs

Manisch
Ervaringen

Manisch

Woensdagochtend half 10. De telefoon gaat. Het is mijn vriend Sjors. Zijn stem klinkt opvallend opgewekt en hij is nauwelijks te onderbreken. Dit is net als de vorige keren. Sjors is manisch. Ik weet hel al, hij nog niet. Mijn pogingen om hem af te remmen helpen niet. Ik spreek af om dezelfde avond bij hem langs te komen.

Als ik arriveer komt hij ook net aan. Hij is de hele dag op stap geweest. Sjors wil voor mij koken maar is met van alles bezig, behalve met koken. Vragen die ik hem stel beantwoordt hij niet, hij vertelt zijn eigen verhaal. Van de hak op de tak. Ook met momenten van agitatie.

Ik probeer hem aan te spreken op zijn drukke en volgens mij manische gedrag. Helaas, Sjors vindt dat het meer dan uitstekend met hem gaat. En daar laat ik het die avond bij.

Op vrijdagochtend ben ik onderweg naar Amersfoort en beland in de file. Laat ik Sjors even bellen om te vragen hoe het gaat. Slecht dus. Hij zegt dat hij opgenomen wil worden. Ik besluit terug te gaan om hem bij te staan.

Wat volgt is een bizarre dag. Op weg naar Sjors bel ik zijn broer die als eerste contact fungeert vanuit het noodplan. We spreken af dat ik eerst langs zijn SPV ga om te zien of er een bed beschikbaar is. Na twee uur wachten is er eindelijk een bed en ga ik naar Sjors. Hij laat me niet binnen. Hij is woest. Loopt schreeuwend door het huis. Ik heb met hem te doen. Wat ik ook probeer, de deur blijft dicht. Dan maar zijn broer bellen. Hij heeft een sleutel en samen voelt toch veiliger dan alleen. Na dik een uur, het is inmiddels 1 uur ‘s middags arriveert de broer van Sjors. Hij moet over een muurtje klimmen om via de achterdeur binnen te komen. Daar blijkt de vogel gevlogen. Weg. Waarheen? We gaan een paar bekende plekken af, maar zonder resultaat.

Dan maar naar de SPV om te overleggen. Zij schakelt de wijkagent in om ‘een man met verward gedrag’ van de straat te plukken. Het wachten begint. Om 5 uur belt de SPV dat Sjors op de eerste hulp van het ziekenhuis is. Hij heeft de boel op stelten gezet. Bij aankomst zijn er al twee agenten aanwezig om zo nodig in te grijpen. Sjors z’n broer en ik proberen contact met hem te maken, maar hij stuurt ons de behandelkamer uit. Heel boos. De psychiater waarschuwt dat als hij niet meewerkt het een gedwongen opname wordt. Hier blijkt Sjors gevoelig voor en hij laat zich vrijwillig opnemen. Met de ambulance wordt Sjors afgevoerd naar de kliniek.

Had ik het anders kunnen doen? Ik denk het niet. Sjors is niet aanspreekbaar en corrigeerbaar als hij in een manie terechtkomt.

Tips van Tonie

  1. Als je je niet veilig voelt in het contact met iemand die manisch is, vraag iemand die je kan bijstaan.
  2. Schakel de behandelaar in
  3. Houd je eigen grenzen in de gaten

Bespreek problemen niet in crisissituaties

Bespreek problemen niet in crisissituaties

(Smeed het ijzer als het koud is)

Een crisissituatie is meestal niet het juiste moment om een probleem te bespreken. Als de emoties hoog zijn opgelopen is er meestal geen ruimte om echt naar elkaar te luisteren. Wacht op een rustiger moment, als de gemoederen bedaard zijn.

Leer je grenzen kennen

Ontdekken wat jouw grenzen zijn is een kwestie van vallen en opstaan. Soms weet of voel je direct dat je iets niet wilt of kunt. Soms besef je dat pas achteraf. Het kan helpen te (h)erkennen hoe je lichaam reageert op iets wat je niet prettig vindt of wat niet goed voor je is. Dit kun je leren. Bijvoorbeeld met de Oefeningen grenzen herkennen.   

Tips voor partners

Tips voor partners

  • Probeer bij heftige emoties de situatie van een afstand te bekijken. Als je partner heel erg verdrietig is of juist boos, dan kan het goed zijn dat dat komt door de aandoening. Maar wees ook bereid om te kijken of je misschien (onbedoeld) vervelend gedrag aanwakkert. Onbedoeld hebben opmerkingen soms een verkeerde uitwerking. Kijk of je andere woorden kunt vinden of anders kunt reageren.
  • Cijfer jezelf niet helemaal weg en stel grenzen.
Soms te veel
Ervaringen

Soms te veel

Mijn man en ik zijn 46 jaar getrouwd. Na de geboorte van onze jongste dochter, 41 jaar geleden, zijn zijn depressies begonnen.
Ze kwamen steeds vaker, dichter op elkaar en duurden steeds langer. Op zijn 39ste is hij volledig afgekeurd. Na wat parttime-banen op therapeutische basis raakte hij toch weer zonder werk. In goed overleg met het GAK, nu UWV, begon hij voor zichzelf met behoud van uitkering.
Maar zijn gedrag werd steeds vreemder en onvoorspelbaarder. Na een zoektocht van 10 jaar werd op zijn 59ste de diagnose ‘bipolaire stoornis’ gesteld. Dat is 8 jaar geleden.

Met behandeling en medicatie gaat het redelijk. Wij zijn heel open over wat er aan de hand is, maar niet iedereen heeft daar begrip voor. We hebben ons leven anders moeten inrichten maar dat gaat goed, ondanks de stemmingswisselingen die er nog zijn.

Wanneer de spanning te hoog oploopt, nemen we even afstand van elkaar. Hij gaat een paar dagen logeren bij vrienden of een week in een vakantiehuisje. Zelfs hebben we een keer gebruik gemaakt van bed-op-recept, 3 dagen logeren op de psychiatrische afdeling, maar dat was geen succes.

Afgelopen winter ben ik erg ziek geweest. Kanker. Mijn man heeft heel goed voor me gezorgd.
Mijn ziekzijn heeft mij een behoorlijke mentale klap toegebracht. Ik ben meer geëmotioneerd en heb minder geduld met mijn partner.

Wat ik zo graag zou willen is een soort zorghotel, door de verzekering vergoed, waar mijn partner af en toe kan verblijven. Er zijn vast meer mensen in een dergelijke situatie. Met zo’n voorziening voorkom je dat je als partner-van straks zelf patiënt bent met een burn-out.

Het bizarre is, wij hebben zelf thuis gastenverblijven gehad, waar we regelmatig mensen te logeren hadden die er nodig even tussenuit moesten en voor een zacht prijsje of gratis bij ons terecht konden.
Nu ben ik zelf op zoek.

Tips van Anneke

  1. Ga op zoek naar een manier om af en toe zelf op adem te komen
     
ik kwam op verhaal
Ervaringen

Ik kwam op verhaal

‘Zou ik ooit nog kunnen studeren’, vroeg mijn zoon Pim zich af toen hij opgenomen was in een psychiatrisch ziekenhuis. Volgens zijn psychiater hoefde hij daar nooit meer aan te denken. Maar ik zei hem dat ik er wel vertrouwen in had. Helaas sloeg, enkele weken na aanvang van de studie, de stress toe en moest hij noodgedwongen stoppen. 
En uiteindelijk stopte hij met alles. Ik zag dat hij worstelde: zijn vrienden die wel een studie afrondden, een baan kregen, een vriendin. Langzaam werd het stiller in zijn leven. Jaren verstreken, maar eindelijk kroop Pim heel langzaam uit zijn schulp en vertelde weer te willen gaan studeren. Nee, niet meer universitair, maar een cursus. Samen proostten we op zijn voornemen. 
Fitnesstrainer werd hij, zonder vast contract, maar wel met werk wat hem beviel. Hij hoorde er weer bij en kwam weer tot leven. 

Intussen deed ook ik een cursus, om mijn verhaal te kunnen schrijven. Het verhaal vanuit mijn perspectief als vader, zodat hulpverleners kunnen horen hoe het is wanneer je in je familie met ernstige psychiatrische problematiek te maken krijgt. 
De docenten gaven mij behalve college, ook het gevoel dat ík wat te vertellen had. Om dichter bij die ervaringen te komen volgde ik steeds meer cursussen en trainingen. Ik leerde andere familieleden te ondersteunen. En al doende kwam ikzelf op verhaal.

Sinds kort volgt Pim een opleiding tot ervaringsdeskundige, hij krijgt les van dezelfde docenten als ik. Hij is gemotiveerd en na al die jaren praten we nu samen over ons herstel. Hij vanuit de cliënt en ik vanuit de familie. We hebben elkaar veel te vertellen en nóg meer te vragen. Het roept veel op uit het verleden. We kijken om in verwondering en trekken lering uit datgene wat we hebben meegemaakt. Dat is geluk hebben. Het wordt ons in de schoot geworpen. Niet zomaar. Er is veel aan voorafgegaan. Herstellen deden we zelf. Ieder op ons eigen manier, in een verschillend tempo. Twee stappen vooruit, één achteruit, soms ook drie achteruit, maar onze wegen komen nu bij elkaar en we kunnen samen verder. Ik denk met Pim mee zonder in mijn valkuil te trappen en suggesties en adviezen te geven. 
Herstellen doen we nog steeds. ‘Een leven lang, maar wel een leven dat de moeite waard is.’ Het zijn zijn woorden. Ik ben ‘t met hem eens.
 

Tips van Joop

  1. Vertel je verhaal en je komt op verhaal
  2. Blijf vertrouwen geven
  3. Wees blij met kleine stapjes

 

Dit verhaal is afkomstig van MIND Ypsilon: www.ypsilon.org

 

Kind tot meester
Ervaringen

Van kind tot meester

Ik was denk ik acht jaar toen mijn moeder naar een inrichting werd gebracht. Ze had een mislukte zelfmoordpoging gedaan. Ik zag haar bloed dagen later ronddrijven in een paar zinken teilen in de badkamer. Ruim twee jaar hebben ze haar gedwongen opgenomen en ze zat zes weken in een isoleercel.
De sfeer in mijn ouderlijk huis was vaak vernietigend. De strijd die werd gevoerd had voor mijn gevoel maar één doel: elkaar kapot maken. Ik wilde daar niets mee te maken hebben en zocht naar manieren om die vijandigheid te overleven. Familieleden waarschuwden elkaar zo nu en dan dat het met mij niet goed ging. In feite verwerkte ik in stilte wat er aan negativisme om mij heen plaatsvond door dat alles volledig uit te blokken. Dat mechanisme heeft mij mijn leven lang geholpen. Tot op de dag van vandaag. Ik leef vooral in het moment. En als ik dat moment niet kan gebruiken, dan gooi ik dat over mijn schouder weg.

Toen mijn ouders scheidden werden de 6 kinderen aan mijn vader toegewezen. Die scheiding was door mijn vader in gang gezet tijdens haar opname. Een andere vrouw nam de plaats van moeder in. Naar verluidt hadden ze elkaar bij toeval ontmoet, in een motel in Breda. In werkelijkheid gebeurde dat via een contactadvertentie, maar het was toen not done om zoiets te vertellen. Ik vond dat ik moest kiezen en koos voor mijn stiefmoeder, een onderwijzeres die met ijzeren discipline structuur bracht in mijn leven. Het werd mijn redding.
In mijn puberteit was ik vaak bang dat ik ook gek zou worden. De schimmen van wat mijn moeder is overkomen zaten in mijn hoofd. Maar ik heb niet gekregen wat mijn moeder had.

Ik heb 42 jaar geen contact gezocht met mijn moeder. Mijn drukke leven hielp de gedachte aan haar te verdringen. Zelfbescherming, denk ik. Ik wilde niet meer aan die tijd herinnerd worden.
Acht jaar geleden drong het tot mij door dat mijn moeder oud is. En dat ik voordat ze doodgaat tegen haar wil zeggen: je kon er niets aan doen. Ik had wel een zetje nodig. Wat is dat voor onzin met die moeder van jou, dat je haar zolang niet gezien hebt? vroeg mijn vrouw op een avond. Ga naar haar toe. Dat deed ik. Ik heb mijn verloren zoon terug, zei mijn moeder.

Het is vreselijk wat er met mijn moeder gebeurd is. Zij vertelde dingen over mijn vader die niet fijn zijn. Mijn vader was een aimabele man. Ik hield veel van hem, maar hij was goedbeschouwd een egocentrische zwerver, altijd op zoek naar succes en erkenning. Mijn moeder vertelde me hoe hij haar in de steek liet. Dat kan je niet goedpraten.

Evengoed, er is altijd een reden waarom mensen doen wat ze doen. Het heeft geen zin om met een bestraffende vinger naar de ander te wijzen. Ik heb er geen oordeel meer over.
Ik maakte een persoonlijke ontwikkeling door, mijn blik op de wereld verruimde zich. Door wat er gebeurde en de keuzes die ik maakte, ben ik geworden wie ik ben. Daar ben ik gelukkig mee. En de ontmoeting met mijn moeder hoort daarbij. Gelukkig heeft ze het gered.

Tips van Bart

  1. Soms moet je voor jezelf kiezen
  2. Stel niet uit wat je vindt dat je moet doen
  3. Wees vergevingsgezind 

 
Dit verhaal is afkomstig van MIND Ypsilon: www.ypsilon.org
Rondje Markermeer
Ervaringen

Rondje Markermeer - fietsen met Max

Een kennis bracht me op het idee. Hij vertelde terloops dat hij met zijn zoon op vakantie ging. Dat kan dus ook! Max en ik houden allebei van fietsen en hebben goede herinneringen aan de fietsvakanties van vroeger. Wij gaan een rondje Markermeer doen.

De route plannen we samen, niet meer dan 40 km per dag en af en toe een rustdag. Ik boek de overnachtingen in hotels met aparte kamers. Half augustus is het zover, nog een laatste check: de medicijnen niet vergeten, toiletspullen en zonnebrandcrème. Voor elke dag schone kleren lukt niet helemaal; dan maar onderweg naar de wasserette. De buurvrouw zwaait ons uit als we zijn straat uit fietsen. Met de haren in de wind genieten we van het landschap en het ons omringende water, tegemoetkomende fietsers groeten vriendelijk. De landelijke fietsroutes en knooppunten zijn onze gids. Praten hoeft niet. Meestal zit ik op kop, maar bij een klim haalt Max mij in. De dorpen zijn gezellig druk, met bootjes en volle terrassen. 
’s Avonds zijn we moe, we gaan vroeg naar onze kamer.

Donder en bliksem onderbreken op de derde avond de stromende regen, de lucht is onheilspellend. Het kan ons niet schelen, wij zitten droog op een terras te genieten van een heerlijk soepje en denken terug aan de rit van vandaag. Die begon bij een wasserette. ‘Morgen ophalen’, maar na enig aandringen waren de kleren anderhalf uur later schoon en droog. Het was extreem heet en benauwd. Nog 18 km te gaan. 

Op weg naar huis fietsen we langs de kleine stranden die ik altijd vanuit de trein zie. Heerlijk, op de dijk duwt de wind ons, de kilometerteller schiet omhoog. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Max glimlachen en ik ben blij. Het is leuk om thuis te komen, de begeleiding en buren weer te zien. 190 km zitten erop. Max leegt zijn fietstassen. Ik stap tevreden met mijn fiets op de trein naar huis. Het was gezellig, goed dat mijn zoon en ik dit samen deden. Volgend jaar weer?

 

Tips van Brigitte

  1. Denk niet alleen aan wat niet kan, maar juist aan wat wel kan.
  2. Doe die dingen samen, waar je zelf ook van geniet.
  3. Plan niet te veel, maar wel de belangrijke dingen.

 


Dit verhaal is afkomstig van MIND Ypsilon: www.ypsilon.org
18jaaroverspannen
Ervaringen

18 jaar overspannen

Ik was 4 jaar en mijn zusje bijna 2 toen mijn moeder voor het eerst werd opgenomen. In 1973. Overspannen, zei men. De kinderen op straat hadden daar andere benamingen voor: je moeder is gek! En daar begreep ik niet veel van. Onze vader was in zichzelf gekeerd, waarschijnlijk kon hij zijn eigen verdriet niet hanteren. Laat staan dat van ons. Mem was weg en na een poosje begon ik me toch af te vragen waar ze bleef. Dus ik vroeg het aan de buurman. Jouw moeder komt nooit meer thuis! Ik rende naar binnen en ik weet nog dat mijn vader en ik toen voor het eerst samen hebben gehuild. Hij suste mij, ze komt wel weer thuis, alleen het duurt nog een tijdje.

Ze kwam thuis, stijf en totaal apatisch. Zo kende ik haar niet. Ik kroop bij haar op schoot en trok haar stijve armen om me heen. Ze was er wel, maar dit was niet wat ik verwacht had. Ons leven stond op de kop, het wonderlijke was alleen dat er nooit over werd gesproken. Ze was overspannen.... Wij leerden om te zwijgen, want door zomaar te zeggen wat je bezighield kon zij in de war raken. Wij leerden om haar te prijzen voor de dingen die ze deed. Wij leerden om aan alle kanten rekening met haar te houden. Om zoveel mogelijk onzichtbaar te zijn. Dat hielp om de situatie thuis houdbaar te houden. Natuurlijk was dat geen gezonde situatie en van een beetje leuk en gezond opgroeien was geen sprake. Wij waren aan het overleven, zonder hulp van buiten. Mijn vader moest niks hebben van hulpverleners. Er kwam alleen zo nu en dan een lieve vriendin van de kerk langs. 

Na haar plotselinge dood, 18 jaar na die eerste opname, kreeg ik een boekje onder ogen over schizofrenie. Daarin stonden dingen waarvan ik gewenst had dat ik ze eerder had geweten. Hoe ga je om met deze ziekte, waaraan kun je herkennen dat er weer een psychose aan zit te komen, alles wat wij door schade en schande zelf hadden uitgevogeld door gewoon met haar te leven. Hadden we dat toen maar geweten.

Tegenwoordig is er, mag ik hopen, meer oog voor de kinderen-van. Wat een eenzame strijd hebben wij gevoerd. Wat een onbegrip van mensen. Ik heb als volwassene veel gehad aan diverse therapieën. Wat voelde als een loden last heb ik nu wel afgelegd. Intussen ben ik zelf therapeut. Mijn stille wens is om ooit nog eens iets zinvols te doen voor de kinderen-van van nu. 
 

Tips van Gieneke

  1. Blijf positief oordelen over jezelf, neem jezelf niks kwalijk 
  2. Wees niet bang om ruimte te geven aan je eigen pijn, bij een vertrouwd iemand.
  3. Jij bent belangrijk

Hoe overtuig je iemand om hulp te zoeken?

Wat kun je doen als jij ervan overtuigd bent dat de ander hulp moet zoeken, maar de ander niet?
Als er sprake is van een crisis, dan kun je hulp in gang zetten. Zie hulp en crisis. Maar in alle andere situaties zal iemand zelf moeten vinden dat hulp of behandeling nodig is.

 

Abonneer op

Gebruiker registratie informatie banner

Log in om de meest relevante verhalen te krijgen die aansluiten bij jouw voorkeuren. Nog niet geregistreerd? Meld je gratis aan. Uiteraard gaan we zorgvuldig om met je privacy.